ECLI:NL:CBB:2021:103
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenvaststelling bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft vanaf 2012 plannen gemaakt en investeringen gedaan voor de bouw van een nieuwe ligboxenstal en uitbreiding van haar veestapel. De bouw startte in 2014 en de stal werd in 2015 in gebruik genomen. Verweerder stelde op grond van de Meststoffenwet het fosfaatrecht van appellante vast op basis van de situatie op 2 juli 2015. Appellante betoogde dat de uitbreiding noodzakelijk was en dat zij door vertragingen en het fosfaatrechtenstelsel een buitensporige last ondervindt.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Verder is niet gebleken dat appellante een individuele en buitensporige last draagt. De investeringen en uitbreidingsbeslissingen zijn genomen ondanks waarschuwingen over de afschaffing van het melkquotum en de daarmee samenhangende fosfaatrechten. Vertragingen in vergunningverlening vallen onder het ondernemersrisico.
Het College concludeert dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.