Appellante, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had het beroep bij uitspraak van 17 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat de vereiste machtiging en gronden niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld. Bij de beoordeling van het verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest, waardoor het verzet gegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring vervalt en dat het onderzoek naar het beroep wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Het College heeft geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 december 2021.