ECLI:NL:CBB:2021:1074

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
21/484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep ministerieel besluit gegrond verklaard

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 maart 2021. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had bij uitspraak van 19 oktober 2021 het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ondertekend beroepschrift binnen de gestelde termijn.

Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend. In het verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest, waardoor het verzet gegrond wordt verklaard. Dit betekent dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek naar het beroep wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 december 2021.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek naar het beroep wordt voortgezet.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/484

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2021 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] , appellante

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 maart 2021.
Bij uitspraak van 19 oktober 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 19 oktober 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn geen ondertekend beroepschrift is ingezonden.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 19 oktober 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
E.A. van der Meel, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 14 december 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel