ECLI:NL:CBB:2021:1075

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
21/560
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke GLB-zaken

Appellante, een vennootschap onder firma, had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Bij de behandeling van het verzet bleek dat appellante niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellante.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt verder in behandeling genomen.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/560

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2021 op het verzet van

de vennootschap onder firma [naam] , te [plaats] , appellante

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 23 april 2021.
Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 17 augustus 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 augustus 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
E.A. van der Meel, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 14 december 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel