ECLI:NL:CBB:2021:1079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- W.A.J. van Lierop
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Boete wegens vervoer van een niet transportwaardig dier deels vernietigd en matiging opgelegd
Appellante kreeg een boete van €5.500,- opgelegd wegens het vervoeren van een zeug die niet geschikt was voor transport. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het rapport van bevindingen voldoende gemotiveerd was en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad zich te verdedigen.
In hoger beroep betwistte appellante de geschiktheid van het dier en het deskundigheidsoordeel van de toezichthoudend dierenarts. Ook voerde zij aan dat het niet bieden van een contra-expertise en de overschrijding van de beslistermijn in strijd waren met het zorgvuldigheidsbeginsel en het recht op eerlijke procesvoering.
Het College oordeelde dat het rapport voldoende gemotiveerd was en het deskundigheidsoordeel niet in twijfel werd getrokken. Het niet bieden van een contra-expertise was niet in strijd met de Awb en appellante had voldoende gelegenheid tot verdediging. De overschrijding van de beslistermijn werd als termijn van orde beschouwd en gaf geen aanleiding tot matiging.
Wel stelde het College vast dat de boete onterecht was verhoogd wegens recidive, omdat de eerdere boete nog niet onherroepelijk was ten tijde van de overtreding. Daarom vernietigde het College het bestreden besluit voor wat betreft het boetebedrag en stelde de boete vast op €1.500,-. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de boete is vastgesteld op €1.500,- en de proceskosten zijn aan appellante toegewezen.