AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verlenging gewasbeschermingsmiddelentoelating
Life Scientific Ltd. heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 december 2021 waarbij hun aanvraag tot verlenging van de toelating van het gewasbeschermingsmiddel "Lambdastar" niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoekster stelde dat zij in Duitsland een unieke marktpositie heeft die verloren gaat door het besluit, waardoor sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 AwbPro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en dat op grond van artikel 8:83 AwbPro de uitspraak kan worden gedaan zonder zitting indien het verzoek kennelijk gegrond is. Verweerder verzette zich niet tegen schorsing van het besluit.
Gezien de omstandigheden werd het verzoek toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van 1 december 2021 wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de bezwaarbeslissing.
Uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1468
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
Life Scientific Ltd., te Dublin (Ierland), verzoekster
(gemachtigde: mr. E. Broeren)
en
het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Göertz)
Procesverloop
Bij besluit van 1 december 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot verlenging van gewasbeschermingsmiddelentoelating voor het middel “Lambdastar” in een andere lidstaat van de Europese Unie, met Nederland als zonaal rapporteur, niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het besluit van 1 december 2021 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.1
Op grond van artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
1.2
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, onder meer als het verzoek kennelijk gegrond is, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen.
2.1
Verzoekster heeft aangevoerd dat sprake is van een spoedeisend belang. Zij stelt dat zij in de Bondsrepubliek Duitsland een unieke marktpositie heeft verworven en dat deze verloren zal gaan zodra de toelating van het middel “Lambdastar”, als gevolg van het besluit van
1 december 2021, eindigt.
2.2
Verweerder heeft te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen schorsing van het besluit van 1 december 2021.
3. In deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter grond om het verzoek, als kennelijk gegrond, toe te wijzen en het besluit van 1 december 2021 te schorsen tot zes weken na de bekendmaking van de op het bezwaar aan verzoekster te nemen beslissing.
4. De voorzieningenrechter zal verweerder veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 748,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van
€ 748,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
schorst het besluit van 1 december 2021 tot zes weken na de bekendmaking van de op het bezwaar van verzoekster te nemen beslissing;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoekster te vergoeden;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2021.