ECLI:NL:CBB:2021:190
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep knelgevallenregeling en individuele last fosfaatrechtenstelsel
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, stelde dat zij onomkeerbare investeringsbeslissingen had genomen en dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormde. Zij beriep zich op de knelgevallenregeling vanwege bouwwerkzaamheden en voerde dat het vastgestelde fosfaatrecht te laag was.
Verweerder stelde dat appellante geen beroep op de knelgevallenregeling had gedaan, de bouwwerkzaamheden niet had onderbouwd en dat de investeringen ondernemersrisico's zijn waarvoor geen compensatie bestaat. Het College oordeelde dat het beroep op de knelgevallenregeling wel tijdig was ingediend, maar onvoldoende onderbouwd, waardoor het beroep faalt.
Verder oordeelde het College dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde. De investeringsbeslissingen waren niet navolgbaar in het licht van de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten maatregelen. Het belang van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn woog zwaarder dan de belangen van appellante.
Het College verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd maar dat dit gebrek niet tot benadeling leidde, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en geen individuele en buitensporige last.