ECLI:NL:CBB:2019:622
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouderij met Jersey-koeien
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit waarbij haar fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel onvoldoende rekening houdt met de lagere fosfaatexcretie van Jersey-koeien en dat zij hierdoor een individuele en buitensporige last draagt, mede door investeringen in uitbreiding en omschakeling naar Jersey-koeien.
Het College oordeelde dat het fosfaatrecht correct is vastgesteld volgens de geldende forfaitaire normen en dat het gebruik van gegeneraliseerde tarieven gerechtvaardigd is vanwege de praktische uitvoerbaarheid. Het beroep om het fosfaatrecht te verhogen op basis van bedrijfsspecifieke verantwoording (BEX) werd verworpen, omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor forfaitaire normen en BEX niet als uitgangspunt geldt.
Verder werd geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom uit het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het stelsel geen individuele en buitensporige last oplegt aan appellante. De door appellante aangevoerde financiële gevolgen en investeringen waren onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om schadevergoeding en ontheffing van het mestproductieverbod werd afgewezen. Het beroep is derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.