ECLI:NL:CBB:2021:222
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en beoordeling individuele en buitensporige last
Appellante, een melkveehouderij met twee locaties, stelde dat het opfokbedrijf aan een tweede locatie een apart bedrijf vormde en dat het fosfaatrecht ten onrechte aan haar was vastgesteld. Tevens voerde zij aan dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantastte en dat sprake was van een individuele en buitensporige last.
Het College oordeelde dat de activiteiten van de eenmanszaak die de tweede locatie beheerde, waren overgenomen door appellante en dat beide locaties als één bedrijf moesten worden beschouwd. De startersregeling was niet van toepassing omdat appellante niet aan de voorwaarden voldeed.
Het College verwierp het betoog dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Ook was er geen sprake van een individuele en buitensporige last, omdat de investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar waren gezien de afschaffing van het melkquotum en de voorziene maatregelen. De belangen van milieu en volksgezondheid wogen zwaarder dan die van appellante.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.