ECLI:NL:CBB:2021:233
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en individuele last bij gedwongen bedrijfsverplaatsing
Appellante moest haar bedrijf verplaatsen vanwege twee bestemmingsplannen en bereikte pas na de peildatum overeenstemming over de nieuwe locatie. Zij was sinds 2007 voornemens het bedrijf uit te breiden naar 240 melk- en kalfkoeien, maar deze uitbreiding was niet ingegeven door de gedwongen verplaatsing.
Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015 en wees een verzoek tot verhoging af omdat de uitbreiding niet was gerealiseerd en niet aan de 5%-drempel werd voldaan. Appellante stelde dat zij een individuele en buitensporige last draagt door het fosfaatrechtenstelsel en dat de uitbreiding ter compensatie van het wegvallen van de varkenstak moet worden meegenomen.
Het College oordeelde dat de uitbreiding niet kon worden meegenomen omdat deze niet op de peildatum was gerealiseerd en dat de beëindiging van de varkenstak wel een gevolg was van de gedwongen verplaatsing. De uitbreiding ter compensatie daarvan was navolgbaar, maar de last was niet buitensporig gezien de schadeloosstelling en verkoopopbrengst van de varkensrechten.
Het bestreden besluit was onvoldoende gemotiveerd omdat verweerder niet op alle stellingen was ingegaan, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat het niet tot benadeling had geleid. Het beroep werd ongegrond verklaard, griffierecht werd vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.