Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 maart 2021 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In beroep voert appellant aan dat de regelgeving niet eist dat de fysieke etiketten worden opgestuurd.Uit de digitaal toegezonden foto’s blijkt wel degelijk met zekerheid dat het gebruikte zaaigoed een officieel certificaat bevatte. Verder mocht hij erop vertrouwen dat hij met de digitale toezending voldeed aan alle voorwaarden, omdat verweerder in de jaren 2015, 2016 en 2017 de aanlevering van etiketten zaaizaad voor hennep via de digitale weg steeds heeft geaccepteerd. Dat past ook in de situatie dat alle communicatie met verweerder over aanvragen al geruime tijd uitsluitend digitaal kan en moet plaatsvinden. Tot slot voert appellant, onder verwijzing naar artikel 4 van Pro Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (Verordening 809/2014) aan dat, als hij de etiketten per post had moeten aanleveren, het gaat om een kennelijke fout waarvoor hij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om deze te herstellen.