ECLI:NL:CBB:2021:244
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van GLB betalingsrechten wegens niet-beschikking over perceel op peildatum
Appellante kocht perceel 22 in 2015, maar de levering vond plaats na de peildatum van 15 mei 2015. Verweerder trok daarom 5,33 betalingsrechten in en verlaagde de uitbetaling van GLB-steun over 2015, gevolgd door terugvordering en verrekening van te veel betaalde bedragen.
Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw handelde, dat de koopovereenkomst was gericht op afronding vóór de peildatum en dat zij mocht vertrouwen op toewijzing van de rechten. Ook stelde zij dat de intrekking onevenredig is en dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld.
Het College oordeelt dat volgens EU-verordeningen de beschikking over het perceel op de peildatum vereist is voor toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten. Omdat de levering pas na 15 mei 2015 plaatsvond en geen ander gebruiksrecht was aangetoond, voldeed appellante niet aan de subsidiabiliteitscriteria.
De intrekking en terugvordering zijn daarom terecht en rechtmatig, zonder schending van vertrouwens-, rechtszekerheids- of evenredigheidsbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen intrekking van betalingsrechten en terugvordering van GLB-steun over 2015 wordt ongegrond verklaard.