ECLI:NL:CBB:2021:265

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
16 maart 2021
Publicatiedatum
15 maart 2021
Zaaknummer
20/840
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake subsidiebesluit

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk omdat een machtiging niet tijdig was overgelegd.

Appellante deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Het College oordeelde dat appellante niet in verzuim was, omdat de gemachtigde, werkzaam bij een derde partij, het beroepschrift alsnog ondertekende en terugstuurde. Tevens was het bestreden besluit gericht aan appellante via die derde partij, wat het College voldoende achtte als machtiging.

Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; de niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/840

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 op het verzet van

[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: R. Lok)

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 augustus 2020 (bestreden besluit).
Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 15 december 2020 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat niet tijdig een machtiging is overgelegd.
2. In verzet is het College tot het oordeel gekomen dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellante in verzuim is geweest. De griffier van het College heeft Lok, die werkzaam is bij Zonnestroom Nederland B.V. te Leusden, bij brief van 25 september 2020 verzocht het door hem (nog) niet ondertekende beroepschrift alsnog te ondertekenen. Enkele dagen daarna heeft Lok het beroepschrift aan het College teruggestuurd voorzien van naam en handtekening van [naam 2] , eigenaar van appellante. Gevoegd bij het gegeven dat het bestreden besluit is gericht aan appellante “p/a Zonnestroom Nederland B.V.”, acht het College dit toereikend om aan te nemen dat Lok door appellante was gemachtigd om beroep in te stellen. Het verzet is daarom gegrond.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 15 december 2020 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer