ECLI:NL:CBB:2021:267
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake GLB-betalingen ongegrond verklaard
Appellante, een vennootschap onder firma, had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellante niet binnen de gestelde termijn een machtiging had overgelegd na ontvangst van een griffiersbrief.
Appellante stelde in het verzet dat de griffiersbrief mogelijk niet was ontvangen of zoekgeraakt. Het College stelde echter vast dat de brief wel degelijk was ontvangen door de gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak komen fouten van een gemachtigde voor rekening van degene die de machtiging heeft gegeven.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 16 maart 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.