Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2021 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder(gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen).
Procesverloop
Overwegingen
- de verplichting dat het bedrijfsregister runderen volledig, op tijd en naar waarheid wordt bijgehouden en dat mutaties bij runderen binnen zeven dagen worden gemeld aan het I&R-systeem, waarvoor de korting 3% is, omdat de overtreding op 9 februari 2018 een herhaling is van de overtreding op 31 oktober 2017;
- de verplichting dat de ligruimte van de kalveren comfortabel en niet schadelijk is, zindelijk is en beschikt over een behoorlijke afvoer, waarvoor de korting 9% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling is van de overtreding op 12 januari 2018;
- de verplichting een ziek of gewond dier af te zonderen in een passende huisvesting met droog strooisel, waarvoor de korting 9% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling is van de overtreding op 30 oktober 2017;
- de verplichting dat de behuizing waarin dieren verblijven en inrichtingen voor de beschutting zodanig zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat het dier geen letsel of pijn wordt veroorzaakt, of scherpe randen of uitsteeksels bevatten waaraan een dier zich kan verwonden, waarvoor de korting 15% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling betreft van de overtreding op 30 oktober 2017 en 12 januari 2018; nu het maximum van 15% uit herhaling is bereikt, wordt als deze voorwaarde nogmaals wordt overtreden, aangenomen dat appellante met opzet heeft gehandeld;
- de verplichting om dieren niet permanent in het donker of in kunstlicht te houden, waarvoor de korting 15% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling betreft van de overtreding op 30 oktober 2017 en 12 januari 2018; nu het maximum van 15% uit herhaling is bereikt, wordt als deze voorwaarde nogmaals wordt overtreden, aangenomen dat appellante met opzet heeft gehandeld;
- de verplichting dat een ziek of gewond dier op een passende manier wordt verzorgd en dat wanneer die zorg niet tot verbetering leidt, een dierenarts moet worden geraadpleegd, waarvoor de korting 15% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling betreft van de overtreding op 30 oktober 2017 en 12 januari 2018; nu het maximum van 15% uit herhaling is bereikt, wordt als deze voorwaarde nogmaals wordt overtreden, aangenomen dat appellante met opzet heeft gehandeld;
- de verplichting dat een dier voldoende, gezond en geschikt voer krijgt, waarvoor de korting 9% is, omdat de overtreding op 12 januari 2018 een herhaling is van de overtreding op 30 oktober 2017 en
- de verplichting dat de kalveren voldoende daglicht hebben, waarvoor de korting 9% is, omdat de overtreding op 2 juli 2018 een herhaling is van de overtreding op 12 januari 2018.