ECLI:NL:CBB:2021:270
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: perceel niet terecht als recreatiegebied aangemerkt voor GLB-subsidie
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van LNV dat de uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling voor 2019 deels heeft afgewezen. Verweerder baseerde de afwijzing van perceel 61 op een NVWA-rapport en luchtfoto’s, waarin het perceel als recreatiegebied met wandelpaden en zitbanken werd aangemerkt. Appellant betwist dit en stelt dat het perceel volledig is afgerasterd, gebruikt wordt voor agrarische doeleinden en slechts beperkt toegankelijk is voor wandelaars.
Het College stelt vast dat het perceel 61 niet als recreatiegebied kan worden aangemerkt, omdat de aanwijzingen uit het NVWA-rapport en de luchtfoto’s onvoldoende zijn om een recreatieve functie aannemelijk te maken. Het perceel bestaat uit grasland zonder bloemen, is afgerasterd, en er lopen geen fietspaden doorheen. De aanwezigheid van een enkele zitbank en wandelpaden is onvoldoende om het perceel als openbaar groen te kwalificeren.
Ten aanzien van perceel 64 oordeelt het College dat de luchtfoto’s duidelijk verruiging tonen en dat verweerder terecht het perceel niet als subsidiabel landbouwareaal heeft aangemerkt. De stelling van appellant dat het perceel pas vanaf mei 2019 in gebruik was, leidt niet tot een ander oordeel.
Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterecht afwijzen van subsidie voor perceel 61.