ECLI:NL:CBB:2021:283
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Regeling fosfaatreductieplan 2017 en individuele last voor melkveehouder
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 16 maart 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarin appellante beroep instelde tegen heffingen opgelegd op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017. Deze regeling beoogt de fosfaatproductie te beperken om de derogatie te behouden. Appellante exploiteert een melkveebedrijf en kreeg over vijf periodes heffingen opgelegd omdat zij meer melkvee hield dan haar referentieaantal.
Appellante stelde dat de regeling in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP), omdat zij een individuele en buitensporige last zou dragen. Zij voerde aan dat haar investeringen en vergunningen voor uitbreiding onomkeerbaar waren en dat de overheid haar plannen had gestimuleerd met een garantstelling en een MDV-stalcertificaat.
Het College oordeelde dat de regeling niet in strijd is met artikel 1 EP Pro, omdat de maatregelen noodzakelijk zijn om de derogatie te behouden en voorzienbaar waren. De individuele last bestaat uit de beperking van de bedrijfsvoering en de opgelegde heffingen, maar niet ieder inkomensverlies vormt een buitensporige last. De investeringsbeslissingen van appellante worden gezien als ondernemersrisico's die zij zelf moet dragen. De garantstelling en het MDV-certificaat zijn niet relevant voor de beoordeling van de regeling. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte oordeelde het College dat er geen strijd is met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel en dat de belangen van de gehele melkveesector zwaarder wegen dan die van appellante in deze context.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffingen op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 wordt ongegrond verklaard.