ECLI:NL:CBB:2021:284
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Regeling fosfaatreductieplan 2017 en individuele last melkveehouder
Appellante, een melkveehouder, kreeg op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 heffingen opgelegd omdat zij meer runderen hield dan haar referentieaantal. Zij stelde dat de Regeling in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat zij een individuele en buitensporige last droeg door de maatregelen.
Het College overwoog dat de Regeling niet in strijd is met het eigendomsrecht omdat zij noodzakelijk is om de derogatie te behouden en dat de maatregelen voorzienbaar waren gezien eerdere uitspraken en de afschaffing van het melkquotum. De investeringen van appellante in uitbreiding van haar bedrijf waren ondernemersbeslissingen met inherente risico’s, waarvan zij zelf de gevolgen draagt. Het MDV-certificaat en de duurzame stalbouw staan los van de Regeling.
Verder concludeerde het College dat het door appellante overgelegde rapport geen aanwijzingen geeft voor een individuele en buitensporige last. De belangen van de gehele melkveesector wegen zwaarder dan die van appellante. Ook is geen sprake van strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffingen op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 wordt ongegrond verklaard.