ECLI:NL:CBB:2021:303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake Meststoffenwet ongegrond verklaard
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep had ingediend. Appellante stelde in verzet dat een griffiersbrief van 16 september 2020 haar de indruk gaf dat zij nog geen verweerschrift hoefde in te dienen.
Het College stelde vast dat deze brief aan de minister was gericht en niet aan appellante, en dat appellante via haar gemachtigde toegang had tot de brief. Het College oordeelde dat appellante niet te goeder trouw op deze brief kon vertrouwen en dat een beroepsmatige gemachtigde behoort te weten dat een verweerschrift niet gelijk is aan een aanvullend beroepschrift.
Volgens vaste rechtspraak komen fouten van een gemachtigde voor rekening van de cliënt, hier appellante. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. T.G.M. Simons op 16 maart 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.