ECLI:NL:CBB:2021:331
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fosfaatrecht melkveehouder na buitengewone omstandigheid en proceskostenveroordeling
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en betwistte het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht, mede vanwege een buitengewone omstandigheid (bouwwerkzaamheden) die de melkproductie in 2015 negatief beïnvloedde. Verweerder erkende dit en paste de knelgevallenregeling toe, maar hield vast aan het I&R-registratiesysteem voor het aantal melk- en kalfkoeien.
Appellant voerde aan dat gemiddeld 4,15 dieren in 2014 ten onrechte als melkkoeien waren geregistreerd, terwijl deze voor vetmesten en slacht werden gehouden. Dit werd niet voldoende onderbouwd omdat de data uit de melkrobot niet verifieerbaar waren. Het College oordeelde dat het I&R-systeem in beginsel leidend is en dat appellant onvoldoende tegenbewijs leverde.
Het beroep werd gegrond verklaard omdat verweerder erkende dat de melkproductie van 2015 niet representatief was en het fosfaatrecht op basis van 2014 moest worden vastgesteld. Het College stelde het fosfaatrecht vast op 4.098 kg, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het fosfaatrecht wordt vastgesteld op 4.098 kg en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.