ECLI:NL:CBB:2021:337
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en proceskostenvergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant exploiteert een melkveehouderij en betwist de vaststelling van zijn fosfaatrecht per 1 januari 2018 door verweerder op grond van de Meststoffenwet. Hij stelt dat hij door vertraging in het vergunningverleningsproces onterecht onvoldoende fosfaatrechten heeft gekregen, wat een individuele en buitensporige last oplevert. Tevens vordert appellant een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom zoals neergelegd in het Eerste Protocol bij het EVRM. De investeringsbeslissingen van appellant zijn niet navolgbaar gezien het tijdstip en de afschaffing van het melkquotum. Vertraging in het vergunningverleningsproces behoort tot het ondernemersrisico en kan niet leiden tot toekenning van extra fosfaatrechten ten laste van het collectief.
De redelijke termijn voor behandeling van het beroep is overschreden met meer dan anderhalf jaar, waardoor appellant recht heeft op een schadevergoeding van €500. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskostenvergoeding van €267.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en €267 proceskostenvergoeding.