Appellante, een vennootschap onder firma, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw waarbij het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld. Zij stelde dat bij de overdracht van het gehele bedrijf ook automatisch de fosfaatrechten overgingen, zonder toepassing van de regels voor overdracht van productierechten uit de Meststoffenwet.
Het College voor het bedrijfsleven overwoog dat het begrip bedrijf in de Meststoffenwet niet de fosfaatrechten omvat. De overdracht van een bedrijf impliceert daarom niet automatisch de overdracht van de op dat bedrijf rustende fosfaatrechten. De regels in hoofdstuk V, titel 4 van de Meststoffenwet zijn wel van toepassing op de overdracht van fosfaatrechten.
Verder wees het College het verzoek tot terugbetaling van leges af, omdat de registratie van de kennisgeving wel had plaatsgevonden. Wel werd appellante een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en de Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.