ECLI:NL:CBB:2021:353
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen individuele en buitensporige last door fosfaatrechtenstelsel voor melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormt, omdat zij pas na de peildatum over de benodigde vergunningen beschikte en aanzienlijke investeringen deed. Verweerder stelde dat appellante een ondernemerskeuze had gemaakt en dat geen sprake was van een buitensporige last.
Het College overwoog dat niet ieder vermogensverlies door het fosfaatrechtenstelsel een buitensporige last vormt en dat ondernemersbeslissingen inherent risico's met zich meebrengen. Appellante had haar plannen kunnen uitstellen tot meer duidelijkheid over de startersregeling bestond en had rekening moeten houden met het fosfaatrechtenstelsel dat voorbijgaat aan onbenutte productieruimte op de peildatum.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan die van appellante en dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht wordt vastgesteld op 0 kg.