ECLI:NL:CBB:2021:408
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening inzake extra keuringstijd en factuur NVWA
Verzoekster, een bedrijf dat onderworpen is aan keuringen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), diende twee verzoeken om voorlopige voorziening in tegen besluiten van verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
In de eerste zaak (20/1190) ging het om een e-mail waarin werd gesteld dat verzoekster voortaan extra kwartieren keuringstijd moest aanvragen, wat zij betwistte. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen onverwijlde spoed bestond omdat verzoekster niet in een financiële noodsituatie verkeerde en het bedrijfsbelang onvoldoende zwaarwegend was om de bodemprocedure niet af te wachten.
In de tweede zaak (21/30) betrof het bezwaar tegen een factuur voor verrichte keuringswerkzaamheden. Hoewel het bezwaar later gegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd ingetrokken, handhaafde verzoekster de procedure. De voorzieningenrechter vond ook hier geen sprake van spoedeisendheid en wees het verzoek af.
Beide verzoeken werden zonder zitting behandeld en afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en kennelijke ongegrondheid.