ECLI:NL:CBB:2021:419
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht bij bedrijfsverplaatsing en uitbreiding melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en heeft beroep ingesteld tegen het besluit waarbij haar fosfaatrecht op basis van de dieraantallen van 2 juli 2015 is vastgesteld. Zij stelde dat door bedrijfsverplaatsing, ziekte van een maat en investeringen vanaf 2012 sprake was van een individuele en buitensporige last. Verweerder betwist dit en wijst op wettelijke regelingen en het ondernemersrisico.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De last ontstaat op 1 januari 2018 en bestaat uit het tekort aan fosfaatrechten om de bedrijfsvoering te kunnen voortzetten. Ondernemersbeslissingen brengen risico's mee die de ondernemer zelf draagt. Financiële rapportages tonen een substantieel effect, maar dat is onvoldoende voor een individuele buitensporige last.
Het College benadrukt dat appellante vanaf 2012 voorzichtig had moeten zijn gezien de aangekondigde afschaffing van het melkquotum en de te verwachten maatregelen. De bedrijfsverplaatsing en ziekte van een maat zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijken van de wettelijke regelingen. De belangen van milieu en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellante.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 20 april 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.