ECLI:NL:CBB:2021:444
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenvaststelling en individuele last onder Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouder, betwistte de vaststelling van haar fosfaatrechten per 1 januari 2018, stellende dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij door onomkeerbare investeringen in uitbreiding disproportioneel wordt getroffen. Verweerder handhaafde het besluit, stellende dat het stelsel noodzakelijk is voor milieubescherming en dat de investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar waren gezien de voorziene maatregelen.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de bescherming van milieu en volksgezondheid zwaarder weegt dan de belangen van appellante. Verder is vastgesteld dat appellante niet over alle benodigde vergunningen beschikte op de peildatum en dat zij de risico’s van haar investeringsbeslissingen zelf draagt.
Daarmee is geen sprake van een individuele en buitensporige last. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.