ECLI:NL:CBB:2021:550
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenvaststelling en individuele last onder Meststoffenwet
Appellant, exploitant van een melkveebedrijf, betwistte het besluit waarbij zijn fosfaatrechten werden vastgesteld op basis van de dieraantallen van 2 juli 2015. Hij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom aantast en een individuele en buitensporige last oplegt, mede vanwege investeringen in een innovatief stalsysteem en de noodzaak tot uitbreiding van zijn bedrijf.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, aangezien het stelsel het algemeen belang dient door bescherming van milieu en volksgezondheid en het naleven van de Nitraatrichtlijn. De noodzaak van de maatregelen werd bevestigd en het beroep op disproportionaliteit faalde omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat het stelsel een buitensporige last voor hem oplegt.
Verder werd geoordeeld dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende gemotiveerd is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.