ECLI:NL:CBB:2021:559

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
26 mei 2021
Zaaknummer
20/661
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke zaak

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het verschuldigde griffierecht niet had voldaan, ondanks een gelegenheid daartoe.

Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. In het verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard.

De eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid vervalt, en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 1 juni 2021.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; de niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/661

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 op het verzet van

[naam] , te [plaats] , appellant

Procesverloop

Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 februari 2020 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 10 november 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 10 november 2020 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 29 augustus 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog het verschuldigde griffierecht te voldoen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
10 november 2020 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 1 juni 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer