ECLI:NL:CBB:2021:63
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel
Appellant exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het fosfaatrechtenbesluit van 4 april 2019, waarin zijn fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015. Hij stelde dat hij onomkeerbare investeringen had gedaan voor een grotere bedrijfsuitbreiding die niet volledig gerealiseerd kon worden, wat een individuele en buitensporige last opleverde in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 EP Pro en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De investeringen en uitbreidingsplannen van appellant werden gezien als ondernemersrisico's die hij zelf draagt. Bovendien was het voor appellant redelijkerwijs duidelijk dat de afschaffing van het melkquotum en de daarmee samenhangende maatregelen uitbreiding zouden beperken.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu- en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder wegen dan de belangen van appellant. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een individuele en buitensporige last.