ECLI:NL:CBB:2021:644
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenvaststelling en uitbreiding melkveebedrijf in het licht van het fosfaatrechtenstelsel
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en heeft geïnvesteerd in een nieuwe ligboxenstal, waarvoor hij in 2013 een omgevingsvergunning verkreeg. In 2015 nam hij een volledig melkveebedrijf over met het doel de nieuwe stal te vullen met het vee van het overgenomen bedrijf. Verweerder stelde op grond van de Meststoffenwet het fosfaatrecht van appellant vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015.
Appellant betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom aantast en dat hij niet als uitbreider aangemerkt kan worden, omdat hij de uitbreiding niet met eigen aanwas maar door aankoop van een bestaand bedrijf wilde realiseren. Tevens stelde appellant dat het stelsel niet voorzienbaar was en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en dat de maatregelen noodzakelijk zijn ter bescherming van milieu en volksgezondheid en ter naleving van de Nitraatrichtlijn. Appellant wordt terecht als uitbreider aangemerkt, omdat hij investeringen heeft gedaan en het bedrijf heeft uitgebreid, waarbij de ondernemersrisico’s voor zijn rekening komen.
Het College wijst het beroep af en oordeelt dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende is gemotiveerd. Er is geen sprake van een individuele en buitensporige last voor appellant. De keuze van appellant om het melkvee van het overgenomen bedrijf niet over te nemen is een ondernemersbeslissing waarvan de gevolgen voor zijn rekening zijn.
De uitspraak is gedaan door mr. W.C.E. Winfield en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.