ECLI:NL:CBB:2021:666
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en individuele buitensporige last afgewezen
Appellant exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister dat het fosfaatrecht op zijn bedrijf vaststelde op basis van de situatie op 2 juli 2015. Appellant stelde dat het fosfaatrechtenstelsel zijn eigendomsrecht aantast en dat hij een individuele en buitensporige last draagt vanwege investeringen in een nieuwe stal en uitbreiding van de veestapel.
Het College overwoog dat het stelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt. Het tijdstip van de investeringen, namelijk na waarschuwingen over het fosfaatplafond en de afschaffing van het melkquotum, maakt dat appellant de risico’s van zijn investeringsbeslissingen zelf moet dragen.
Hoewel appellant financieel geraakt wordt, is er geen bedrijfseconomische noodzaak gebleken voor de uitbreiding en kan de last niet worden afgewenteld op het collectief. De belangen van milieu en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een individuele en buitensporige last.