ECLI:NL:CBB:2021:667
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fosfaatrechten en startersregeling melkveebedrijf
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar fosfaatrecht werd vastgesteld. Zij stelde dat zij voldeed aan de startersregeling en dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schond.
Het College oordeelde dat appellante niet beschikte over een omgevingsvergunning of melding voor 2 juli 2015, wat een cumulatieve voorwaarde is voor de startersregeling. Ook faalde het beroep dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd zou zijn met het eigendomsrecht, omdat het stelsel volgens eerdere uitspraken verenigbaar is met artikel 1 EP Pro.
Verder stelde het College vast dat appellante op de peildatum niet over alle benodigde vergunningen beschikte en dat de uitbreiding van het bedrijf niet op grond van vergunningen had plaatsgevonden. Hierdoor kon geen sprake zijn van een individuele en buitensporige last. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.