In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende de vaststelling van fosfaatrechten op zijn landbouwperceel. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat appellant het perceel niet volgens de voorgeschreven gestratificeerde aselecte steekproefmethode had bemonsterd, waardoor onvoldoende vaststond dat de bodem fosfaatarm/-fixerend was. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit en herroeping van het primaire besluit, met vaststelling van het fosfaatrecht op 5.175 kg.
Appellant had tevens een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens de lagere fosfaatrechten, stellende dat hij inkomensschade had geleden door aanpassing van de veestapel en hogere kosten. Het College stelde vast dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in de concrete omstandigheden en dat de schadeberekeningen gebaseerd waren op hypothetische aannames zonder voldoende bewijs. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat daadwerkelijk schade was geleden.
De bestuursrechter wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de minister in de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt het belang van correcte bemonsteringsmethoden bij fosfaatrechten en benadrukt de strikte eisen aan bewijs voor schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.