ECLI:NL:CBB:2021:819
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht bij voortgezet landbouwbedrijf na gedeeltelijke overname
Appellante exploiteert een melkveehouderij en nam op 1 december 2017 runderen en een stuk grond over van een andere onderneming. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op 2 juli 2015 en paste een korting toe omdat het bedrijf niet volledig was beëindigd.
Appellante voerde aan dat het bedrijf van de overdrager was beëindigd omdat deze na verkoop alleen nog met pluimvee doorging, en dat het fosfaatrecht daarom verhoogd moest worden conform artikel 23, vierde lid, van de Meststoffenwet. Verweerder stelde dat het bedrijf niet was beëindigd omdat het als pluimveehouderij werd voortgezet.
Het College oordeelde dat het begrip 'bedrijf' in de Meststoffenwet niet beperkt is tot melkveehouderij maar ook andere landbouwvormen omvat. Omdat het bedrijf voortgezet werd, was er geen sprake van beëindiging en was de korting terecht toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht wordt niet verhoogd omdat het bedrijf als pluimveehouderij is voortgezet.