ECLI:NL:CBB:2021:829

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 augustus 2021
Publicatiedatum
13 augustus 2021
Zaaknummer
20/853
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke zaak tegemoetkoming

Appellante, vertegenwoordigd door haar beherend vennoot, had beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante het griffierecht niet had betaald ondanks gelegenheid daartoe.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Bij behandeling van het verzet bleek dat appellante niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

Het College verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid verviel. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet. De uitspraak werd gedaan door mr. T.G.M. Simons en griffier F.L. van Haeften op 17 augustus 2021.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet, waarbij de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/853

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2021 op het verzet van

[naam BV] , te [plaats] , appellante

Procesverloop

Namens appellante heeft haar (enige) beherend vennoot [naam] beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 september 2020.
Bij uitspraak van 8 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 juni 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij griffiersbrief van 28 februari 2021 in de gelegenheid te zijn gesteld (alsnog) griffierecht te betalen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
8 juni 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
F.L. van Haeften, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 17 augustus 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. F.L. van Haeften