ECLI:NL:CBB:2021:838

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
24 augustus 2021
Publicatiedatum
20 augustus 2021
Zaaknummer
21/259
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellante niet tijdig de gronden van het hoger beroep had ingediend, ondanks daartoe gestelde gelegenheid.

Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens het verzet bleek dat appellante op 16 april 2021 alsnog een aanvullend hogerberoepschrift had ingediend, maar met een verkeerd zaaknummer. Uit de inhoud van het stuk bleek echter dat het wel degelijk gericht was tegen de juiste uitspraak.

Het College verklaarde het verzet daarom gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding om proceskosten aan appellante toe te rekenen.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/259

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2021 op het verzet van

[naam BV] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen)

Procesverloop

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 15 januari 2021, zaaknummer 19/2223.
Bij uitspraak van 6 juli 2021 heeft het College met toepassing van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 6 juli 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na in de gelegenheid te zijn gesteld (alsnog) de gronden van het hoger beroep in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante bij brief van 16 april 2021 een aanvullend hogerberoepschrift heeft ingediend. In de aanhef van die brief is als zaaknummer vermeld 21/258 en niet 21/259. Het zaaknummer 21/258 is het nummer van een ander bij het College aanhangig hoger beroep van appellante. Uit de bewoordingen van het hogerberoepschrift blijkt echter dat het gericht moet zijn tegen de uitspraak van de rechtbank in het hoger beroep met zaaknummer 21/259. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
6 juli 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
E.A. van der Meel, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 24 augustus 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel