ECLI:NL:CBB:2021:84
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht op melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en betwistte het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht op haar bedrijf, gebaseerd op de dieraantallen op de peildatum 2 juli 2015. Verweerder had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Appellante voerde aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het fosfaatrechtenstelsel en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Tevens stelde zij dat het stelsel een individuele en buitensporige last voor haar oplegt, mede vanwege investeringen en een financieel nadeel door onvoldoende dieren op de peildatum.
Het College verwierp deze gronden. Het oordeelde dat de Nitraatrichtlijn en staatssteunaspecten reeds in eerdere uitspraken zijn beoordeeld en dat appellante de bewijslast voor een individuele en buitensporige last niet had voldaan. Ook het motiveringsgebrek faalde omdat appellante onvoldoende had onderbouwd waarom de motivering van verweerder ontoereikend zou zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.