Appellante ontving een randvoorwaardenkorting van 5% op haar rechtstreekse betalingen voor 2019 vanwege het gebruik van het glyfosaathoudende gewasbeschermingsmiddel MATOS EXTRA op sloottaluds, wat in strijd is met de wettelijke gebruiksvoorschriften.
Een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit stelde op 3 april 2019 vast dat de vegetatie langs de sloottaluds verkleurings- en afstervingsverschijnselen vertoonde, vermoedelijk door glyfosaat, wat werd bevestigd door een analyse van een monster. Appellante erkende het gebruik van het middel op 27 februari 2019.
Het College oordeelde dat de niet-naleving van de gebruiksvoorschriften terecht was vastgesteld en dat de opgelegde korting van 5% gerechtvaardigd was vanwege de lengte van het bespoten talud (ongeveer 450-550 meter), de omvang van de niet-naleving en het permanente karakter ervan.
De stelling van appellante dat de lengte van het bespoten talud onvoldoende was vastgesteld, werd verworpen omdat de foto's en het rapport dit bevestigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.