ECLI:NL:CBB:2021:927
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen uitzondering op aansluitplicht voor afzonderlijke windturbines in Windpark Zeewolde
Raedthuys ontwikkelt vier windturbines binnen Windpark Zeewolde, dat in totaal 91 turbines omvat. Liander weigerde een eigen aansluiting te bieden, stellende dat het gehele windpark als één productie-installatie met één aansluiting moet worden gezien. Raedthuys startte daarop een geschilprocedure bij ACM, die haar klacht gegrond verklaarde en Liander verplichtte een kostenindicatie te verstrekken.
Liander stelde in beroep dat ACM de klacht niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat de turbines van Raedthuys op een gesloten distributiesysteem (GDS) zouden worden aangesloten, en dat het windpark als één onderneming moet worden beschouwd, waardoor slechts één aansluiting nodig is. Het College oordeelde echter dat ten tijde van het geschilbesluit het GDS nog niet concreet was en dat de turbines van Raedthuys organisatorisch en bedrijfsmatig niet verbonden zijn met de andere turbines van Eneco en WPZ.
Het College bevestigde dat de uitzondering op de aansluitplicht in artikel 1, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 niet van toepassing is, omdat niet voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden van dezelfde onderneming en onderlinge binding. De netbeheerder moet daarom een aansluiting per WOZ-object bieden. Het beroep van Liander werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Liander wordt ongegrond verklaard en zij blijft verplicht een eigen aansluiting te bieden aan Raedthuys.