ECLI:NL:CBB:2021:930
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt nihil vaststelling subsidie warmtepomp wegens ontbreken stimulerend effect
Appellante heeft een subsidieaanvraag ingediend voor een warmtepomp met een verwachte aankoopdatum na de aanvraag. Verweerder stelde echter vast dat de verplichting tot aankoop al was aangegaan vóór de aanvraag, namelijk op de factuurdatum 28 november 2018, terwijl de aanvraag pas op 14 december 2018 werd ingediend.
Verweerder stelde de subsidie daarom op nihil vast wegens het ontbreken van het stimulerend effect zoals vereist door de Algemene groepsvrijstellingsverordening en het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies. Appellante voerde aan dat zij de factuur moest betalen vanwege vertraging in de besluitvorming en het gebruik van het pand door huurders, en vroeg om coulance.
Het College oordeelde dat het moment van het aangaan van de verplichting bepalend is, niet het moment van betaling, en dat appellante onjuiste gegevens had verstrekt door te stellen dat de verplichting na de aanvraag was aangegaan. Er was geen aanleiding om coulance te betrachten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de subsidie op nihil vastgesteld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het besluit bevestigt de strikte toepassing van het stimulerend effectvereiste bij subsidies en het belang van correcte gegevensverstrekking bij subsidieaanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt op nihil vastgesteld wegens het ontbreken van het stimulerend effect.