Appellanten hebben bij de minister verzocht om ontheffing van het verbod op het optreden met rendieren en zeboes volgens artikel 4.14 van het Besluit houders van dieren. De minister wees deze verzoeken af, omdat hij ze niet als individuele ontheffingen maar als verzoeken tot opname van diersoorten op de positieflijst beschouwde.
Het College oordeelt dat de minister de aanvragen te beperkt heeft opgevat. Appellanten hebben duidelijk een ontheffing gevraagd die geldig is tot de positieflijst wordt gewijzigd. Het ontbreken van aanwijzing van het rendier op de lijst betekent niet dat het belang bij ontheffing is komen te vervallen.
De minister heeft de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en had deze inhoudelijk moeten beoordelen. Het College stelt dat ontheffingen per individueel dier moeten worden beoordeeld en dat de minister aanvullende informatie moet opvragen over de bijzondere omstandigheden en dieren.
Het College draagt de minister op binnen acht weken de gebreken in de besluiten te herstellen door de aanvragen alsnog inhoudelijk te beoordelen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.