ECLI:NL:CBB:2022:130
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening TVL Q4 2021 wegens ontbreken omzetverlies
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) over het vierde kwartaal van 2021, welke door de minister van Economische Zaken en Klimaat is afgewezen wegens het ontbreken van aantoonbaar omzetverlies in de referentieperiode Q4 2019.
De voorzieningenrechter overwoog dat de omzetgegevens van verzoekster niet overeenkomen met die van de Belastingdienst en dat de door verzoekster aangevoerde bedragen niet als omzet in de zin van de TVL-regeling kunnen worden beschouwd. Daarnaast is vastgesteld dat de wisselende opgaven van omzet in dezelfde periode twijfel zaaien over de juistheid van de omzetgegevens.
Hoewel verzoekster voor eerdere kwartalen wel TVL heeft ontvangen, is dit niet doorslaggevend omdat de beoordeling per kwartaal door verschillende medewerkers kan verschillen. Het vestigingsvereiste is niet definitief afgewezen, maar voorlopig niet als grond voor afwijzing erkend.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster niet voldoet aan het omzetverliescriterium en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt omzetverlies in Q4 2019.