Appellante, een veredelingsbedrijf gespecialiseerd in chrysantenrassen, had voor 2017 een S&O-verklaring aangevraagd waarbij aanzienlijke kosten voor uitbesteed werk aan een gelieerde onderneming in Colombia waren opgegeven. Na een controle corrigeerde de minister deze kostenpost geheel, omdat deze niet uitsluitend dienstbaar zouden zijn aan S&O-werk, mede vanwege marketingactiviteiten.
Appellante voerde aan dat de kosten grotendeels wel direct aan S&O-werk toerekenbaar zijn en dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar onderbouwing en de aard van de overeenkomst met de gelieerde onderneming. Het College oordeelde dat de minister zich niet zonder nader onderzoek en motivering op het standpunt mocht stellen dat appellante onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt.
Het College stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd was, met name omdat verweerder niet had toegelicht waarom geen splitsing tussen marketingkosten en overige kosten kon worden gemaakt. Het College droeg verweerder op binnen twaalf weken het gebrek te herstellen en zo nodig een nieuw besluit te nemen, waarna appellante gelegenheid krijgt tot een schriftelijke reactie. Alle verdere beslissingen zijn aangehouden tot de einduitspraak.