Appellante diende een aanvraag in voor de TVL1-subsidie over juni-september 2020, maar deze werd afgewezen omdat zij op de peildatum 15 maart 2020 stond ingeschreven met SBI-code 70.10.1, die niet in de bijlage van de regeling voorkomt. Appellante stelde dat feitelijke werkzaamheden aansloten bij SBI-codes 79.11 en 79.12, die wel subsidiabel zijn, en dat de bedrijfsomschrijving onvoldoende de hoofdactiviteit weergaf.
Verweerder handhaafde het besluit, stellende dat de beoordeling uitsluitend op basis van de inschrijving in het handelsregister op de peildatum plaatsvindt en dat geen ruimte is voor beoordeling van feitelijke activiteiten. Het College bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de bedrijfsomschrijving te algemeen is om de genoemde SBI-codes te omvatten.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de uitlatingen van de staatssecretaris niet op appellante waren gericht en geen gerechtvaardigd vertrouwen konden wekken. Ook was het onderzoek niet onzorgvuldig uitgevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.