ECLI:NL:CBB:2022:14
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige verlaging fosfaatrecht door minister
Verzoeker kreeg aanvankelijk fosfaatrecht toegekend van 2.281 kg, verhoogd naar 2.585 kg na melding in- en uitscharing. Door een onrechtmatige correctie van 304 kg naar beneden in het overzicht van 20 december 2018 kon verzoeker zijn overschot van 180 kg fosfaatrecht niet verleasen, wat hij met een aankoop van 20 kg probeerde te compenseren. Verzoeker stelde dat hij het fosfaatrecht eind 2018 wilde verleasen, maar door de foutieve verwerking en het ontbreken van tijdige communicatie dit niet kon.
De minister stelde dat het overzicht geen besluit was en dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden, mede omdat verleasen niet in zijn normale bedrijfsvoering zou passen. Het College oordeelde dat het overzicht mogelijk geen besluit was, maar dat er wel sprake was van onrechtmatig handelen door de minister, omdat de fosfaatrechten onjuist waren verlaagd. Verzoeker had voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de fosfaatrechten wilde verleasen, mede door de aankoop van 20 kg fosfaatrecht en een verklaring van een agrarisch makelaar.
Het College kende de schadevergoeding van €7.560 toe en vergoedde tevens de proceskosten van €759 en het griffierecht van €174. De uitspraak werd gedaan door mr. R.W.L. Koopmans op 11 januari 2022.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding van €7.560 wegens onrechtmatige verlaging fosfaatrecht wordt toegewezen.