Appellante had het restaurant inclusief bestaande overeenkomsten en vaste lasten overgenomen van Stichting [naam 4]. De onderneming bleef op hetzelfde adres en voerde dezelfde activiteiten uit. De uiteindelijk belanghebbende was nauw betrokken bij de bedrijfsvoering.
Verweerder wees de subsidieaanvraag af omdat het omzetverlies niet voldeed aan de 30%-eis, omdat hij keek naar de omzet van appellante die het restaurant nog niet exploiteerde in de referentieperiode. Appellante stelde dat verweerder de omzet van de feitelijke onderneming moest hanteren.
Het College oordeelde dat appellante een bestaande onderneming in stand houdt en dat de omzet van de onderneming in de referentieperiode representatief is, ook al was appellante toen nog niet eigenaar. Verweerder had ten onrechte alleen de omzet van appellante gebruikt. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.