ECLI:NL:CBB:2022:208
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige fosfaatrechtbesluiten
Verzoeker diende een verzoek om schadevergoeding in vanwege onrechtmatige besluiten over zijn fosfaatrecht. De besluiten van 13 januari 2018, 13 september 2018 en 26 november 2018 werden onrechtmatig verklaard, waarna een herziening plaatsvond. Verzoeker stelde dat hij schade had geleden door het moeten afkopen van verkoopovereenkomsten, omdat hij zijn contractuele verplichtingen niet kon nakomen door de verlaging van het fosfaatrecht.
Het College overwoog dat de schade door het afkopen van contracten niet rechtstreeks verband houdt met de onrechtmatige besluiten, maar met het onherroepelijke besluit van 26 oktober 2018 waarbij de overdracht van fosfaatrechten werd geweigerd. Omdat dit besluit niet is aangevochten, moet het College ervan uitgaan dat dit besluit rechtmatig is. Hierdoor kan de schade niet aan de onrechtmatige besluiten worden toegerekend.
Daarnaast werd het beroep op het motiveringsbeginsel verworpen omdat verweerder onderscheid maakte tussen schade die rechtstreeks voortvloeit uit de onrechtmatige besluiten (inkomstenderving) en schade die het gevolg is van het niet kunnen overdragen van fosfaatrechten. Verzoeker kreeg geen vergoeding voor proceskosten omdat het verzoek om schadevergoeding niet geslaagd was.
Het College besloot het verzoek om schadevergoeding af te wijzen en verweerder niet te veroordelen in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten wordt afgewezen.