ECLI:NL:CBB:2022:24

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
21/971
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

Appellante heeft verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat zij dacht dat de termijn pas begon te lopen bij het afhalen van het besluit, dat zij een week afwezig was vanwege werkzaamheden en dat ziekte haar verhinderde tijdig te reageren. Ook voerde zij aan dat de staatssecretaris nooit tijdig besliste op haar aanvragen.

Het College oordeelt dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken en verklaart het verzet ongegrond. Hierdoor wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en is de zaak beëindigd. Het griffierecht dat appellante betaalde wordt terugbetaald.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard en het beroep wordt niet inhoudelijk behandeld.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/971

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 op het verzet van

[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellante

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (staatssecretaris) van 28 juni 2021 (bestreden besluit).
Bij uitspraak van 9 november 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 9 november 2021 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. Vaststaat dat het beroepschrift te laat is ingediend. Partijen verschillen daarover ook niet van mening. Appellante heeft in het verzetschrift herhaald dat zij ervan uitging dat de termijn pas begon te lopen op de dag waarop zij het bestreden besluit heeft afgehaald, dat zij een week niet thuis is geweest in verband met werkzaamheden in haar bedrijf en dat het haar door ziekte niet is gelukt om binnen de termijn een beroepschrift in te dienen. Het College heeft in de uitspraak van
9 november 2021 terecht geoordeeld dat die omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken.
3. Appellante heeft in het verzetschrift ook aangevoerd dat de staatssecretaris op al haar aanvragen nooit tijdig heeft beslist. Ook dat maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
4. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd. Het College kan en zal daarom niet ingaan op de, in het verzetschrift herhaalde, beroepsgronden van appellante tegen het bestreden besluit.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Wel ziet het College in de omstandigheden van het geval aanleiding de griffier op te dragen het door appellante voor het beroep betaalde griffierecht
(€ 181,-) aan haar terug te betalen.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 18 januari 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer