ECLI:NL:CBB:2022:245
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen subsidie vaststelling vaste lasten financiering COVID-19
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarbij de minister van Economische Zaken en Klimaat de subsidie voor vaste lasten over het vierde kwartaal van 2020 heeft toegekend op basis van de SBI-code 56.10.1 (restaurants). De subsidie was verhoogd ten opzichte van het primaire besluit, waarin de SBI-code 93.11.9 (overige sportaccommodaties) was toegepast.
Appellante betoogt dat de subsidie onrechtvaardig wordt berekend omdat het lagere percentage vaste lasten van de SBI-code 56.10.1 wordt toegepast, terwijl haar daadwerkelijke kosten voornamelijk voortvloeien uit activiteiten onder SBI-code 93.11.9. Verweerder stelt dat appellante onvoldoende procesbelang heeft omdat het bezwaar reeds is gehonoreerd en er geen toezeggingen kunnen worden gedaan over toekomstige subsidieperioden.
Het College oordeelt dat appellante wel degelijk voldoende procesbelang heeft omdat het oordeel over de juiste SBI-code relevant kan zijn voor toekomstige subsidieperioden. Het beroep wordt inhoudelijk beoordeeld, maar het College stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Er zijn geen omstandigheden die het bestreden besluit onrechtmatig maken.
Daarom verklaart het College het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 17 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.