Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 maart 2013, nrs. 12/00371 tot en met 12/00374, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, kreeg voor 2004 een aanslag opgelegd die na bezwaar werd verminderd. De rechtbank stelde het verlies vast op €592.085 en vernietigde de aanslag. Zowel belanghebbende als de inspecteur gingen in hoger beroep. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, maar oordeelde dat het hoger beroep van de inspecteur ontvankelijk was en stelde een hogere winstuitdeling vast, zonder het verliesbedrag te wijzigen.
De Hoge Raad overweegt dat het hoger beroep ontvankelijk was omdat het de inspecteur in een betere positie kon brengen, maar dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld over de voorlopige verliesverrekeningen. De inspecteur had bij de uitspraak op bezwaar verliesverrekeningsbeschikkingen moeten afgeven en de voorlopige verliesverrekeningen daarmee verrekenen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank voor zover zij betrekking hebben op de aanslag 2004 en draagt de inspecteur op opnieuw uitspraak te doen. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende vergoed.
De kern van de zaak betreft de juiste toepassing van verliesverrekening bij vennootschapsbelasting en de ontvankelijkheid van hoger beroep alsmede de gevolgen van een te late of onjuiste verliesverrekeningsbeschikking.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest en vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen naar de inspecteur voor hernieuwde uitspraak.